inv. nr. 133.1, verleibrief West-Barendrecht en Kortambacht van Zwijndrecht dd. 13 april 1442

Phillips, bij der gracien Goeds Hertoge van Bourgondien, van Lothringe, van Brabant ende van Limborch, Grave van Vlaendren, van Arthois, van Bourgondien, Palatijn, van Henegouwe, van Hollant, van Zelant ende van Namen, Marcgrave des Heijligen Rijcx, Heere van Vrieslant, van Salams ende van Mechelen, doen cond allen luden, want voir onsen getruweden Here van Lallaingt, gouverneur onsen voirsz. lande van Hollant ende Zelant, dien wij des gemachticht hebben, ende voir onze leenmannen hier na bescreven, gecomen is Jan van Culemburch ende heefft ons up gedragen ende quijt gesconden, alzo onse mannen wijsden, dat recht was, tot behoeff Jacobs van Mijnnenbeke Dammaes zoon dat ambocht van Westbarendrecht mit visscherije, vogelrie, tijenden, stalen, venen ende mit anders allen zinen toebehoren, alzo hij die van ons ende van onse Graeflicheit van Hollant te leen te houden plach. Des gelicx is gecomen voir den selven onsen getruwen goeverneur voirn. ende leenmannen Robbrecht van Drongelen ende heeft ons te goede gesconden ende overgegeven, alzo die selve mannen wijsden, dat recht was, tot behoeff des voirn. Jacobs van Mijnnenbeke, dat Corte ambocht van Swindrecht mitten winde aldair, gelijc die selve Robbrecht die van ons ende van onser Graeflicheit voirn. te leen te houden plach. Soe hebben wij behoudelic ons ende enen ijegeliken sijns rechts, rechtevoirt weder omme verleent ende verlijet, verlenen ende verlijen mit desen brieve, die voirn. ambochten van Barendrecht ende Corte ambocht mit visscherie, vogelrije, tienden, stalen, venen ende winde, gelijc voirsz. is, te houden van ons ende van onsen nacomelingen, Graven off Gravinnen te Hollant, Jacob van Mijnnenbeke voirn. ende zijne nacomelingen tot eenen onversterfliken erfleen te verheergewaden, alst verschijnt, dat Corte ambocht mitten winde voersz. met enen roden sperwer, gelijc die ouder hantvesten ende privilegien van beiden ambochten voirn. dat clairliker uutwijsen ende begrijpen.

Hier waren bij ende over alze onse leenmannen Here Airnt van Gent, Jan van der Mije, Jan van Culenburch ende Robbrecht van Drongelen voirsz.

In oirconde desen brieve ende onsen zegel hier an gehangen.

Gegeven den dertienden dach in april int jair ons Heeren dusent vierhondert twee ende vierticht na den loep van onsen Hoven.

 

Bij mij Here den Hertoge, Graven van Hollant etc.

Pietter de Loo

Presens copia collacionata auscultata ac secuta est per me
notarium publicum infra.tum cum originali littera cum qua de verbo ad verbum concordat
no. abolita (?) u …que…ncellata sigillata q…..
sigillo ducis et comitis phillipps te lich….more h.nng r…
In testimonium ego Adrianus Braet presentem copiam subscripsi
signo meo solito subsignato.

 

corr. en typ. 2009 JvV

Ga terug