inv. nr. 151, octrooibrief West-Barendrecht en Carnisse dd. 3 januari 1765

De Staaten van Holland en Westvriesland, allen den geenen die deesen jegenwoordigen sullen sien of hooren leesen, salut. Doen te weeten, dat wij ter ootmoedige beede en supplicatie van Jan van Leijden, Heere van West-Barendrecht en Carnisse gegunt, geconsenteert en geoctroijeert hebben, gunnen, consenteeren en octroijeeren, uijt onse sonderlinge gratie, bij deesen onsen brieve, dat hij sal moogen disponeeren, testeeren en ordonneeren van alle sijne leengoederen, hoedanig en van wat natuur of qualiteit die zijn of weesen moogen, die hij nu ter tijd heeft en gebruijkt van sijn patrimonie en van de geene die hij verkreegen heeft of namaals verkrijgen sal moogen bij koope, versterffenisse, successie of andersints, geleegen binnen onsen lande van Holland en Westvriesland, Voorne en elders, gehouden van ons of onse vasallen, hetzij bij testamente, codicille of eenige andere forme van uijtterste wille, voor notaris en getuijgen, mannen van leenen of wetten en regteren, daar onder deselve leengoederen geleegen zijn of weesen sullen, als elders en anders, tot sijn gelieve, ten profijte van sijne kinderen, indien hij eenige heeft, vrienden en maage of andere vreemden, dien en alsoo het hem gelieven en goeddunken sal de voorschreeve leengoederen deselve sijne kinderen of andere persoonen geeven, transporteeren of laaten in het geheel of deel, of daar op assigneeren renten, erffelijk of ten lijve, of ook daar op iemand togt bewijsen tot sijn discretie en goede geliefte. Oorlovende, consenteerende en octroijeerende voorts den suppliant, dat hij, soo in de institutie als legaaten en andere maakingen of assignatien van lijftogten, ook renten, pensioenen, erffelijk of ten lijve, in en op sijne leengoederen voor een reise sal moogen substitueeren en ordonneeren, aan wien dat het geene van sijne leengoederen bij institutie, legaaten, maakinge of assignatie, erffelijk of ten lijve, aan sijne kinderen, vrienden of vreemden gemaakt is, sal erven, succedeeren of koomen, na het overlijden van deselve gebenificeerde of gebenificeerden, nietteegenstaande voor deesen anders van de leeden onser voorschreeve lande en van onse vasallen gebruik is geweest, welk gebruijk wij, na voorgaande beschrijving en volkoomen deliberatie bij onse regte weetenschap en seekere kennisse gederogeert en teniet gedaan hebben; hebben voorts den suppliant verlof en consent gegeeve en geeven bij deesen het voorschreeve sijn testament en uijtterste wille, dat hij alsoo maaken sal of voortijds gemaakt heeft bij codicille of andere ordonnantie van uijtterste wille, te moogen veranderen, vermeerderen, verminderen en weederroepen, wanneer en t’ allen tijden als het hem gelieven sal, welk testament, gifte en ordonnantie, dat bij den suppliant alsoo gemaakt is of sal weesen, wij nu voor alsdan geconfirmeert en bevestigt hebben, confirmeeren en bevestigen bij deesen onse brieve en willen dat die onderhouden en volkoomen werden en van goeder waarde en effect blijven ten eeuwigen daage en dat de geene wien de voorschreeve suppliant deselve leengoederen of een deel van dien gemaakt, gegeeven of daar op eenige renten of togten geassigneert heeft, daar van gaudeeren en deselve gebruiken na de regten, wetten en costumen van der plaatsen daar die geleegen zijn of weesen sullen, gelijk en in aller voegen en manieren of deselve gifte en maakingen voor onse leenmannen of voor den regteren en wetten, daar onder de goederen geleegen of daar die bevonden sullen zijn,.

 - 1 -

gedaan en gepasseert waaren; behoudeljk dat den suppliant, mitsgaders de gebeneficeerde of gebeneficeerden geen bastaarden zijn en dat de voorschreeve leengoederen aan ons of onse vasallen niet sterffelijk zijn, nog ook gegeeven of gemaakt sullen weesen aan eenige kerken, kloosteren, godshuijsen of geestelijke persoonen; behoudelijk ook dat die geene wien de voorschreeve suppliant de voorschreeve leengoederen geeven, ordonneeren of maaken sal, hetzij mannen of vrouwen, gehouden sullen zijn binnen een jaar en ses weeken na den overlijden van den voornoemden suppliant, of dat sij deselve goederen geaanvaart sullen hebben, ons of den vasalheeren, van wien deselve leengoederen gehouden werden, hulde en manschap daar af te doen en te betaalen de regten daar toe staande en behoorende, alles sonder arg of list.

Ontbieden daaromme en ordonneeren onse welbeminde soo de praesidenten en luijden van den Hoogen en Provinciaalen Raaden, als onse Gecommitteerde Raaden in qualiteit als bij ons geauthoriseert tot de administratie van onse dominiaale regten, de voorschreeve vasallen, mannen van leenen en allen anderen onse justicieren, officieren en onderzaaten, wien dit eenigsints sal moogen aangaan, haaren steedehouderen en eenen iegelijken van hen bijsonder, soo hen toebehooren sal, dat sij het testament, ordonnantie en uijtterste wille van den voornoemden suppliant, sulks als hij dat gemaakt heeft ( en als nu bij ons bevestigt en geconfirmeert, soo voorschreeve is ) of nog maaken sal, onderhouden en volkoomen na zijn forme en inhouden, en den geene die hij bij sijn testament en uijtterste wille de voorschreeve leengoederen gemaakt en gegeeven, of daar op eenige renten of togten beweesen of geassigneert heeft of nog maaken, geeven en assigneeren sal, daar van doen, laaten en gedoogen, rustelijk, vreedelijk en volkomentlijk genieten en gebruiken, sonder hem tot eenigen tijde daar inne te doen of te laaten geschieden eenig hinder, letsel of moejenisse ter contrarie.

Des t’oirkonde hebben wij onsen grooten zeegele hier aan doen hangen. Gegeeven in den Hage, op den 3e Januarij in den jaare onses Heeren en Zaligmaakers seeventien honderd vijf en sestig.

Ter ordonnantie van de Staaten

A. V.d. Mieden.

 

corr. en typ. 2008 JvV

 

 

 - 2 -

Ga terug