inv. nr. 23, verleibrief Oost-Barendrecht dd. 26 april 1729

fragment verleibrief

De Staten van Holland ende Westvriesland doen kond allen luijden, dat wij behoudens ons ende eenen ijgelijks regt, verlijd ende verleend hebben, verlijen ende verleenen bij desen onsen brieve Mr. Ewout van der Dussen, Heere van Souteveen, in Middelharnis, raad en oud burgermeester der stad Delff, gecommitteerde ter vergadering van haar Hoog Mogende de Heeren Staten Generaal der Vereenigde Nederlanden, mitsgaders bailliu en dijkgraaf van onsen eijlande van Strijen etc. etc., de ambagtsheerlijkheijd van Barendregt, de sluijse, visscherije, vogelrije, de smaltiende in Carnisse, de smaltiende in de Polre, een deel in Tijsselinxwaart, de uijtterdijk van Barendregt, de coorntiende tot Barendregt, tot Meusinkbroek ende Bolnisse, als hem aangekomen ende bestorven bij doode ende overlijden van Mr. Jacob van der Dussen, in sijn leven Heere van Oost-Barendregt, burgermeester en raad der stad Dordregt etc., sijn broeder, te houden van ons bij de voorn. Mr. Ewout van der Dussen, sijnen erven ende nakomelingen tot eenen erffleene, ’t welk in onse leenregisteren gedesigneert is met no. 384, al naar inhouden der ouder brieven ende onse leenregisteren daarvan wesende.

Ende hiervan heeft de voorn. Mr. Ewout van der Dussen ons hulde, eed ende manschap gedaan, als ’t behoorde, in handen van onsen lieven ende getrouwen bewaarder van onsen grooten zegele de Heer Jacob Godefroij van den Boetzelaer, Heere van Nieveen etc. etc. etc., als stadhouder ende registermeester van onse leenen.

Daar bij, aan ende over waren als onsen leenmannen Mr. Johan Ten Hove, onsen griffier van de leenen, Francois Laurentius, commis van onse Finantien, ende Mr. Albert Bosch, commis van onse gemeene middelen in ’t Zuijder quartier.

t’ Oirconden desen onsen brieve besegelt met onsen grooten zegele.

Gedaan in den Hage den XXVIen April XVII c negen en twintig.

J.G. Boetzelaer

Reg.ta libro Hanoversche All.tie
Capitulo Suijdh.t fo. 30

corr. en typ. 2009 JvV

Ga terug