inv. nr. 26, verleibrief Oost-Barendrecht dd. 2 augustus 1745

De Staten van Holland ende Westvriesland doen kond allen luijden, dat wij (agtervolgende onze opene brieven van relieff ende admissie, waarbij wij verstaan en declareren, dat het verlij den 2de Junij 1730 gedaan ten behoeve van Mr. Jacob van der Dussen, zal werden gehouden voor een verlij aan hem gedaan ten behoeve van den onverdeelden boedel van Mr. Ewout van der Dussen in dato 21 Meij laastleden, beneffens desen in onse leenregisteren geregistreert), behoudens ons ende eenen ijgelijks regt, verlijd ende verleend hebben, verlijen ende verleenen bij desen onsen brieve Mr. Nicolaas van der Dussen, raad en schepen der stad Dordregt, de ambagtsheerlijkheijd van Barendregt, de sluijse, visscherije, vogelrije, de smaltiende in Carnisse, de smaltienden in de Polre, een deel in Tijsselinxwaert, de uijtterdijk van Barendregt, de coorntiende tot Barendregt, tot Meusinkbroek en Bolnisse, als hem aangekomen ende bestorve bij dode ende makinge van Catharina Maria Vallensis, in haar leven Vrouwe van Souteveen, in Middelharnis, weduwe wijlen de voorn. Mr. Ewout van der Dussen, in zijn leven Heer van Souteveen, in Middelharnis en Oost Barendregt, raad en presiderende burgemeester der stad Delft, zijn moeder, volgens hare testamentaire dispositie den 2e December 1732 voor de notaris Pieter Coel en sekere getuijgen tot Delft gepasseert, uijt kragte van onsen octroije den 23e October 1705 aan de voorn. Mr. Ewout van der Dussen en Catharina Maria Vallensis verleend, en volgens de magt aan haar gegeven bij de testamentaire dispositie van de voorn. Mr. Ewout van der Dussen, den 5e Julij 1721 voor de notaris Cornelis van der Heijden en getuijgen mede tot Delft gepasseert, alle te samen bij extract beneffens desen in onse leenregisteren geregistreert, te houden van ons bij de voorn. Mr. Nicolaas van der Dussen, sijnen erven ende nakomelingen tot eenen erffleene, ’t welk in onse leenregisteren gedesigneert is met no. 384, al naar inhouden der ouder brieven ende onse leenregisteren daar van wesende.

Ende hier van heeft de voorn. Mr. Nicolaas van der Dussen ons hulde en manschap gedaan, als ’t behoorde, in handen van onsen lieven ende getrouwen raadpensionaris ende bewaarder van onzen groten zegele, de Heer Antonij van der Heim, als stadhouder ende registermeester van onse leenen etc. etc. etc.

Daar bij, aan ende over waren als onse leenmannen Mr. Johan Ten Hove, onsen griffier van de leenen, Mr. Frans van Limborch, advocaat fiscaal van onse domeijnen, ende Mr. Johannes Laurentius, commissaris van ons kleijn zegel.

’t Oirconden dezen onsen brieve bezegelt met onzen grooten zegele.

Gedaan in den Hage den 2en Augustus XVII c vijf en veertig.

 

A. van der Heim vt.

 

corr. en typ. 2009 JvV

Ga terug